
Leven op een andere
frequentie: “Hoogsensitiviteit kies je niet. Het betekent heel bewust in het leven staan, en dat weegt soms”
Je voelt elk detail, merkt signalen op die anderen missen en raakt sneller overprikkeld in een wereld vol prikkels. Voor bijna 1 op 5 mensen is dit geen keuze, maar een manier van zijn. Hoogsensitiviteit is een persoonlijkheidskenmerk dat diep ingrijpt op het dagelijks leven, zowel in positieve als soms negatieve zin. Toch bestaan er nog veel onbegrip en misverstanden over. “Het is een strijd, maar ik ben overtuigd dat het positieve overheerst.”
“Ik had er nog nooit van gehoord, maar toen ik erover las, vielen talloze puzzelstukjes op hun plaats”, vertelt docente Vanessa Verlinden (43) die op haar 32ste ontdekte dat ze hoogsensitief is, toen de kleuterjuf van haar dochter suggereerde dat haar kind hoogsensitief kon zijn. “Het omschreef hoe mijn jeugd was geweest en hoe ik tegen dingen aanliep.” Ook life coach en hippotherapeut Jonas Bauwens (40) herkende zichzelf meteen in een tekst die zijn moeder hem doorstuurde. “Ik was rond de dertig en had een depressie achter de rug. Plots werd duidelijk waarom ik het moeilijk had met bepaalde dingen.”
*Luc (64) zocht jarenlang naar verklaringen voor zijn vermoeidheid en fysieke klachten. “Ik dacht dat ik aan het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) leed. Pas rond mijn veertigste las ik over hoogsensitiviteit, wat toen nog niet heel bekend was, en dat voelde als thuiskomen.” Hoogsensitiviteitsexpert en sociaalwetenschappelijk onderzoeker Esther Bergsma merkt op dat hoogsensitieve personen (HSP’s) vaak eerst een andere verklaring zoeken voor hun klachten. “Omdat hoogsensitiviteit een eigenschap is en geen stoornis zoals ADHD, ADD of autisme, is er geen officiële diagnose. Er kan wel verwarring ontstaan met deze stoornissen omdat de klachten soms gelijkaardig zijn. Professionals hebben er te weinig kennis over, waardoor het niet altijd herkend wordt.”
Student Communicatie Jamie Heijmans (19) kreeg als kind al opmerkingen over zijn gevoeligheid, maar zijn moeder wuifde die weg. “De drukte in de klas kon ik niet goed verdragen, en mijn sokken droeg ik vaak binnenstebuiten om dat de naden mij irriteerden. Toen een psycholoog mij in het vierde middelbaar vertelde dat ik hoogsensitief ben, viel het eindelijk op zijn plek.”
Etiket
Toch staat niet iedereen meteen open voor het label. “Amper vijf of zes jaar geleden sprak iemand voor het eerst de term ‘hoogsensitief’ tegen mij uit. Ik ging toen in therapie omdat mijn huwelijk slecht liep. In eerste instantie reageerde ik vol ongeloof. Ik wilde geen etiket opgeplakt krijgen of in een hokje geplaatst worden”, zegt *Karolien (52). “Voor mij riep dat een beeld op van flauwe mensen die nergens tegen kunnen en constant huilen. Maar mijn psychologe raadde mij wat boeken en de test van Elaine Aron aan. Toen ik eenmaal begon te lezen, kon ik niet anders dan toegeven dat het allemaal heel herkenbaar was. Achteraf heb ik spijt dat ik het niet vroeger wist.” Bergsma begrijpt die aarzeling. “Het is belangrijk om te beseffen dat hoogsensitiviteit niet alleen uitdagingen met zich meebrengt, maar ook talenten.”
Opluchting
“Aan de ene kant was ik heel opgelucht”, vertelt Vanessa. “Ik bleek toch niet zomaar de ‘moeilijke’ of ‘lastige’ te zijn. Alles viel op zijn plaats en ik besefte dat het niet mijn fout was, maar gewoon iets wat is. Het stelde me ook gerust om te weten dat er veel HSP’s zijn, want ik voelde me er altijd heel alleen in.” Toch blijft het een uitdaging. “Nu nog vind ik het een worsteling om ermee te leven. Het kan beperkend en vermoeiend zijn.”
Voor *Luc kwam de acceptatie geleidelijk. “Ik was nieuwsgierig toen ik erover las, maar heb zelf moeten bouwen aan die aanvaarding.” Hij leerde beter om te gaan met zijn energie en grenzen. “Vroeger, na een daguitstap, gingen mijn vrienden nog iets drinken. Soms moest ik ‘nee’ zeggen, omdat ik wist dat ik anders de volgende dag een wrak zou zijn. Zij vonden dat flauw, maar voor mij was het de beste keuze.”
Niet iedereen vindt het nodig om de term te gebruiken. “Ik heb het nooit moeilijk gevonden om te aanvaarden,” zegt Jonas, “maar ik benoem het nauwelijks. ‘Gevoelig’ klinkt voor veel mensen beter en minder als een label.” Ook Jamie zag het aanvankelijk niet als iets bijzonders. “Ik weet nu dat het klopt, maar ik ondervind niet dat het een grote invloed heeft op mijn leven. Mijn ouders weten het, maar verder zie ik geen reden om het te benoemen.”
Onbegrip
*Karolien en *Luc merken dat niet iedereen begrip heeft voor hoogsensitiviteit. “Ik ben voorzichtig met wie ik het deel, omdat er veel vooroordelen zijn”, zegt Karolien. Ze merkt wel een verschil tussen generaties. “Mijn kinderen staan er veel meer voor open dan mijn leeftijdsgenoten.” Luc herkent die terughoudendheid. “Sommige mensen vatten het niet, gewoon omdat ze er zelf niet mee in aanraking komen. Misschien verandert dat als een kleinkind later hoogsensitief blijkt te zijn, maar ik voel geen behoefte om anderen te overtuigen.”
Volgens Esther Bergsma spelen cultuur, generatieverschillen en gender een rol in de acceptatie van en de openheid rond hoogsensitiviteit. “In individualistische culturen, zoals het Westen, worden eigenschappen die bij hoogsensitiviteit horen sneller als negatief gelabeld, zeker bij mannen. In Aziatische culturen is dat anders en worden deze eigenschappen net gewaardeerd.”
“Hoogsensitiviteit is voor ongeveer 50% genetisch bepaald. Of het altijd rechstreeks van ouder op kind wordt doorgegeven, is nog niet geweten” - Hoogsensitiviteitsexpert Esther Bergsma
Hoogsensitief opvoeden
“Ik vertelde het aan mijn gezin, familie en enkele vriendinnen. Zulke dingen delen helpt, al is het maar om beter begrepen te worden”, besluit *Karolien. Haar dochter is ook hoogsensitief, en samen praten ze er makkelijk over. “Dat is echt een groot pluspunt. Zij begrijpt hoe ik in elkaar zit en kan mij een spiegel voorhouden.” Tegelijkertijd ziet ze ook verschillen tussen hen. “Zij is introverter en bewaakt haar grenzen beter dan ik. Dat bewonder ik in haar.”
Voor Jonas was die gevoeligheid altijd al aanwezig binnen zijn familie. “Mijn omgeving kende me zo, dus voor hen veranderde er niets.” Zijn dochter, nog gevoeliger dan hijzelf, kampt met overprikkeling en kan daardoor niet naar school. “Ik voel haar pijn alsof die van mij is. Soms zou ik willen dat ik minder gevoelig was, zodat ik stabieler kon blijven als zij in crisis gaat. Emotioneel sluit ik me nu wat meer af om mezelf te beschermen.”
“Als mijn kinderen luid waren, raakte ik snel overprikkeld. Soms moest ik even naar buiten om af te koelen”, vertelt Vanessa. Ook bij haar dochters merkte ze kenmerken van hoogsensitiviteit, maar wilde hen niet te snel in een hokje plaatsen. “Ik vond het geen meerwaarde dat ze het wisten. Sinds mijn jongste dochter naar een therapeut gaat die hiermee bezig is, komt het wel vaker ter sprake. Vroeger dwong ik mijn kinderen ook om aan tafel te blijven zitten, ook al konden ze de geur van het eten niet uitstaan. Nu probeer ik daar veel meer rekening mee te houden.”
“Hoogsensitieve ouders voelen hun kinderen vaak feilloos aan en spelen goed in op hun behoeften”, zegt Esther Bergsma. “Maar als ze zelf overprikkeld raken, kunnen ze net minder effectief opvoeden, bijvoorbeeld door te streng of juist te toegeeflijk te zijn. De balans tussen structuur en flexibiliteit is voor hen extra belangrijk.”
Hoogsensitiviteit is een persoonlijkheidskenmerk waarbij iemand subtiele signalen uit de omgeving sterker waarneemt en diepgaand verwerkt. Dit proces verloopt in drie stappen, aldus hoogsensitiviteitsexpert en sociaalwetenschappelijk onderzoeker Esther Bergsma. Ten eerste gaat het opmerken subtieler. “Hoogsensitieve mensen nemen meer informatie waar via hun zintuigen”, legt Bergsma uit. “Onderzoek laat zien dat ze details accurater en subtieler waarnemen dan gemiddeld.” Vervolgens verwerken ze deze informatie diepgaander. “Er wordt intensiever nagedacht over de betekenis en de beste reactie. Daarbij komt dat er veel meer verbindingen zijn tussen de hersengebieden. Dat maakt het makkelijker om goede beslissingen te nemen, maar het kost ook meer tijd en energie.” Tot slot ervaren hoogsensitieve personen een intensere impact. “Emoties en stress hebben een grotere impact, zowel positief als negatief.” De term ‘Highly Sensitive Person’ (HSP) werd in 1996 geïntroduceerd door de Amerikaanse psychologe Elaine Aron, maar de eigenschap zelf werd al eerder bestudeerd. “Carl Jung schreef er in 1907 over, en in de jaren ’70 onderzocht Jerome Kagan ‘inhibited children’”, zegt Bergsma. Aron bracht deze inzichten samen en verdiepte ze in haar eerste boek. Hoewel onderzoek naar hoogsensitiviteit nog relatief jong is, groeit de wetenschappelijke aandacht snel. “De afgelopen vijf jaar zijn er evenveel studies gedaan als in de twintig jaar daarvoor. Toch blijft de algemene kennis over het onderwerp achter”, merkt Bergsma op. |
*Luc herkende de hoogsensitiviteit ook bij zijn zoon. “Ik heb hem dat ook gezegd, maar hij lacht het een beetje weg. Als jonge gast wil je erbij horen en ‘normaal’ zijn”, merkt hij op. “Door hem erover te vertellen, hoop ik toch dat hij er steun uithaalt, mocht hij dat ooit nodig hebben.”
Esther Bergsma benadrukt dat hoogsensitiviteit deels erfelijk is. “We weten dat er genen bij betrokken zijn en dat ongeveer 50% van deze eigenschap genetisch bepaald is. Maar of het altijd rechtstreeks van ouder naar kind gaat of soms een generatie overslaat, weten we nog niet.”
In en uit balans
“Ik ben twee keer getrouwd en twee keer gescheiden. Ik geef mij 300 procent voor alles en iedereen, en zeker voor de persoon die ik graag zie”, vertelt Jonas. “Als die andere persoon dan geen 300 procent teruggeeft, geraak je uit balans.” Dit sluit aan bij wat Bergsma opmerkt: “Een HSP voelt intuïtief aan hoe de ander zich voelt en past zich daaraan aan. Als dat niet wederzijds is, kan dat leiden tot frustratie en het gevoel niet gewaardeerd te worden.” Jonas blijft dan ook voorzichtig in zijn zoektocht naar een nieuwe relatie. “Niet perfect is niet goed, maar wie is perfect? Ik kijk uit naar een volgende relatie, maar wel met een klein hartje.”
Daarbij komt dat HSP’s een sterk ontwikkeld ‘stop & check-systeem’ hebben. Er wordt bekeken wat de aanwezige informatie betekent en hoe de persoon tot de beste optie komt. Ook de sociale hersengebieden zijn bij hoogsensitieve personen sterk ontwikkeld. “Dat betekent dat ze bij beslissingen automatisch stilstaan bij hoe iets anderen beïnvloedt en wat de beste optie is. In relaties uit zich dat in een neiging om veel rekening te houden met de wensen van de partner, soms zelfs ten koste van zichzelf”, verklaart Bergsma.
“Het heeft hem geholpen om mijn gedragingen beter te begrijpen, maar soms is het moeilijk om elkaar te verstaan als je dingen anders aanvoelt”, vertelt Vanessa over haar man. *Luc ervaart iets gelijkaardigs: “Ik heb het geluk dat mijn vriendin mijn hoogsensitiviteit begrijpt. Als ik zeg dat ik moet rusten, laat ze me gewoon doen.” In zijn vorige huwelijk was dat anders. “Elke zondag gingen we met onze kinderen naar hun grootouders, maar soms was ik te moe. Als je elkaar dan niet begrijpt, loopt het mis.”
Vasthouden
Ook voor *Karolien werd haar hoogsensitiviteit een valkuil in haar huwelijk, dat uiteindelijk strandde.
“Tijdens een groepsles deelde ik mijn energie niet door acht, maar vermenigvuldigde ik die maal acht. Dat was niet meer houdbaar” - Jonas Bauwens
“Ik cijferde mezelf weg, deed constant aan ‘people pleasing’ en probeerde alles om de relatie te laten slagen.” Haar ex-man bleek een narcistische persoonlijkheid te hebben. “Elke keer dacht ik: als ik maar harder mijn best doe, dan komt het goed.” Pas door therapie en haar dochter, die zelf hoogsensitief is, besefte ze dat het geen gezonde relatie meer was en dat ze zichzelf moest beschermen. Volgens Bergsma is er nog geen harde wetenschappelijke onderbouwing dat HSP’s vaker in toxische relaties belanden, maar ze erkent dat het risico bestaat. “Ze hebben een groot zorghart en willen het goed doen voor anderen. Daardoor kunnen ze zich vasthouden aan een relatie die eigenlijk schadelijk voor hen is.”
Zien wat anderen missen
“Op werkvlak heb ik wel heel wat positieve kanten van hoogsensitiviteit ontdekt. Ik ben heel mensgericht ingesteld, en bedrijven zien steeds meer dat een mensgerichte aanpak loont”, legt *Karolien uit. Ook haar strategisch inzicht is een troef. “Ik zie het grotere plaatje en kan snel ver banden leggen die anderen niet altijd zien. Daarom blijken HSP’s vaak goede teamleads.” Maar haar empathie heeft haar ook parten gespeeld. “Ik heb mezelf vaak weggecijferd, uit misplaatste empathie, om de positie aan een ander te laten.” Haar grenzeloze inzet werd haar uiteindelijk te veel. “Ik wil alle problemen op mij nemen en zelf oplossen. Ik blijf doorgaan, zowel op professioneel als persoonlijk vlak. Een psycholoog zei tegen mij: ‘Zie jij de grote stopborden niet?’. Daarom ben ik er nu ook onderdoor gegaan.”
Niet alleen in de bedrijfswereld, maar ook in de zorgsector kan hoogsensitiviteit een troef zijn. “Mijn hoogsensitiviteit heeft mij echt geholpen als vroedvrouw. De zorgzaamheid en alertheid waren een voordeel”, vertelt Vanessa. “Ik voelde meteen de sfeer aan in een ziekenhuiskamer en moest nog maar half het werk doen om iets gedaan te krijgen, terwijl collega’s soms niets merkten.” Inmiddels is ze docent en volgt ze een opleiding Seksuologie. “Vroeger is een universitaire studie mij niet gelukt. Nu wil ik aan mezelf bewijzen dat ik het wél kan.”
Esther Bergsma bevestigt dat hoogsensitieve personen vaak veel voldoening halen uit werk waarin ze een diepere betekenis zien, maar dat dit niet betekent dat ze per se enkel in sociale beroepen thuishoren. “Er zijn onderzoeken die suggereren dat er meer HSP’s werken in zorgberoepen.” Toch is het nog te pril om daar meteen grote conclusies uit te trekken. “Elk beroep kan geschikt zijn voor een hoogsensitief persoon, zolang er rekening wordt gehouden met de werkomgeving en de manier waarop iemand het werk beleeft.”
In een compleet andere sector, de chemische industrie, had *Luc een andere ervaring. “Je moest erbij horen, anders viel je uit de boot. In dat milieu was weinig plaats voor emoties en telde enkel het resultaat. Je moest dan niet afkomen met zoiets als ‘hoogsensitiviteit’.” Toch ervoer hij voordelen in zijn rol als leidinggevende. “Ik toonde respect, gaf mijn team een stem en voelde hen aan. Daardoor deden ze vaak meer voor mij dan ze voor een ander zouden doen.”
Grenzeloze inzet
Die sterke betrokkenheid kan ook een keerzijde hebben. Uit onderzoek van Esther Bergsma blijkt dat 57% van de hoogsensitieve personen in Nederland een burn-out heeft of heeft gehad, tegenover 15 tot 17% van de algemene beroepsbevolking. “HSP’s voelen zich persoonlijk verantwoordelijk als er iets misloopt, waardoor ze over hun grenzen gaan en uiteindelijk uitgeput raken.”
Jonas ondervond dat aan den lijve. Jarenlang runde hij een manège en gaf hij paardrijles aan iedereen, ook kinderen met autisme of het syndroom van Down. “Volgens mij verdient iedereen een kans. Het kostte mij meer energie, maar ik deed het gewoon en ik kreeg er ook meer energie van terug.” Uiteindelijk liep hij zichzelf voorbij. “Als ik een groepsles had met acht mensen, deelde ik mijn energie niet door acht, maar vermenigvuldigde ik die maal acht. Op de duur was dat niet meer houdbaar.” Hij kreeg een burn-out en stopte met de manège. Nu richt hij zich uitsluitend op hippotherapie, een therapievorm waarbij men het paard gebruikt als medium om de fysieke en mentale gezondheid van de mens te bevorderen of te herstellen, waar hij met een kleinere groep werkt.
Volgens Bergsma kunnen hoogsensitieve werknemers het zichzelf makkelijker maken door duidelijke grenzen te stellen en in gesprek te gaan met hun werkgever. “Sommigen functioneren beter in een rustige ruimte of hebben meer verwerkingstijd nodig na een vergadering. Door dit aan te geven, kunnen ze een werkomgeving creëren die beter bij hen past.”
De kracht en keerzijde van intens voelen
“Ik kan enorm genieten van kleine momenten”, zegt Vanessa. “Als ik naar mijn werk rijd en een ooievaar of roofvogel zie, kan ik daar minuten lang van onder de indruk zijn. Iemand anders zou gewoon verder rijden en het vergeten.” Toch heeft die intense beleving ook een keerzijde. “Overprikkeling blijft een struikelblok. Je wilt te veel hooi op je vork nemen, terwijl je dat eigenlijk niet aankunt.”
Voor *Luc is hoogsensitiviteit een kracht die hem bewuster in het leven doet staan. “Ik denk veel na over het leven en dat helpt me om oplossingen te vinden.” Hij wijst ook op de emotionele diepgang die ermee gepaard gaat. “Van kleine dingen kan ik heel sterk genieten, terwijl iemand anders het al snel zou minimaliseren.” Maar die diepgaande verwerking heeft een keerzijde. “Van wat er op ons afkomt, blijft meer hangen, terwijl dat bij iemand anders afketst. Die diepere verwerking kost veel extra energie die anderen niet moeten besteden.”
Ook in sociale situaties kan hoogsensitiviteit een troef zijn. Jamie merkt dat hij feilloos groepssferen aanvoelt. “Vrienden van mij organiseerden een pokeravond. Plots deed een van hen erg vervelend en zonderde die zich even af. Ik vertelde aan een andere vriend dat ik de spanning meteen de hoogte in voelde gaan. Die kwam uit de lucht gevallen en voelde dat helemaal niet zo aan.” Voor hem biedt deze eigenschap een vorm van controle en veiligheid. “Je hebt meer informatie, wat zorgt voor een soort veiligheidsgevoel.”
Rode draad
Esther Bergsma vindt het belangrijk om hoogsensitiviteit niet alleen te benaderen als een uitdaging, maar ook als een kracht. “HSP’s hebben unieke talenten, zoals een sterk empathisch vermogen, oog voor detail en zorgzaamheid. Het is essentieel dat zij leren hun kwaliteiten te waarderen en te benutten, in plaats van zich enkel te focussen op de moeilijkheden en de verschillen met anderen.” Daarom vindt ze het enorm belangrijk om aan empowerment te doen. “Wanneer hoogsensitieve mensen hun talenten leren herkennen en inzetten, kunnen ze een enorme meerwaarde betekenen voor zichzelf en hun omgeving.”
“Het loopt als een rode draad door mijn leven”, besluit *Luc. Voor hem voelt hoogsensitiviteit als leven op een andere frequentie. “Soms schuurt het met de rest van de wereld, maar ik ervaar mijn leven wel als heel waardevol. Wij zijn anders en dat hoeft niet altijd te stroken met de norm in de samenleving.”
“Veel schoonheid en potentie”, zo omschrijft Vanessa haar hoogsensitiviteit. “Toch blijven het overdenken en de overprikkeling een uitdaging. Mijn leerdoel is om altijd het positieve te blijven zien. Het is een strijd, maar ik ben ervan overtuigd dat het positieve uiteindelijk overheerst.”
“Er zijn geen specifieke kenmerken die ik kan benoemen, maar het verklaart veel van hoe ik mij gedraag en waar ik wel of niet tegen kan”, vertelt Jamie die zijn hoogsensitiviteit vooral ziet als een verklaringsmodel. “Het geeft me inzicht, zonder dat ik er per se naar leef.”
Jonas heeft dan weer wel zijn leven heel bewust afgestemd op zijn hoogsensitiviteit. “Mijn werk, woonomgeving en huis zijn daarop gericht. Weten dat ik hoogsensitief ben, helpt me sneller te begrijpen wat goed voor mij is.”
Voor *Karolien betekent hoogsensitiviteit een diepe verbondenheid met de wereld. “Een beetje zoals in de film ‘Avatar’. Ik wil verbindend zijn en het goede in mensen zien.” Maar ze erkent ook de keerzijde. “Soms denk ik: zalig de armen van geest. Hoogsensitiviteit is niet iets wat je kiest en die lichtheid moet ik bewust opzoeken. Het betekent heel bewust in het leven staan, en dat weegt.”
Hoogsensitiviteit laat zich niet in hokjes plaatsen. Het is geen vastomlijnd concept, maar een uniek samenspel van persoonlijkheid, ervaring en omgeving. Het is een diep persoonlijke beleving die bij iedereen anders tot uiting komt. Of zoals Luc het samenvat: “Je kan mensen er niet op voorbereiden. Het is een persoonlijk traject dat je moet afleggen.”
Op vraag van de geïnterviewden zijn *Luc en *Karolien schuilnamen